Van parkeren op de Grote Markt naar ‘wandel- en winkelgebied’

  • 2 juli 2019

Je auto parkeren op de Grote Markt of de bus pakken in de Grote Houtstraat. Dat was in de jaren 50 nog heel gewoon. Sinds 1 juli van dit jaar is een groter deel van het Haarlemse centrum voetgangersgebied. Wanneer werden de 1e voetgangersgebieden ingevoerd?

Vóór de invoering van de 1e voetgangersgebieden zag de Haarlemse binnenstad er heel anders uit. Wie foto’s van de Grote Markt in de jaren 50 bekijkt, ziet een rotonde met auto’s, een zebrapad, een parkeerplaats en een bushalte. De Grote Houtstraat was een drukke verkeersroute. Nou waren er in de jaren 50 en 60 natuurlijk een stuk minder auto’s dan nu. Maar ook toen al werd duidelijk dat het historische centrum van Haarlem niet gebouwd was voor het moderne verkeer.

De Grote Markt met stoplicht, bushalte en zebrapad. Foto: Hendricus Hoogvelt / Noord-Hollands Archief

Krioelende mierenhoop

Zeker op zaterdagmiddag liep het Haarlemse centrum vol. Zo stond op 12 oktober 1960 een groot artikel in het Haarlems Dagblad met als kop ‘Maak van Grote Houtstraat een veilige winkelstraat’. Het stuk beschrijft hoe de straat lijkt op ‘één grote, krioelende mierenhoop’. “Men duwt elkaar van het trottoir af, omdat er geen plaats meer is. Maar naast die trottoirs ligt de rijweg. En op die weg rijden auto’s, bussen, scooters, motoren, bromfietsen en gewone fietsen.”

Kortom: rustig winkelen is er niet bij. De oplossing hiervoor is simpel, schrijft de krant. Sluit op drukke zaterdagmiddagen de Grote Houtstraat voor het verkeer af.

Drukte in de Grote Houtstraat in 1960. Foto: Cees de Boer / Noord-Hollands Archief

Huiverig

De discussie over het afsluiten van straten op de drukke zaterdagmiddag is op dat moment niet nieuw. In verschillende andere steden, zoals Den Haag en Amsterdam, heeft de gemeente al voor afsluiting gekozen. Toch is men in Haarlem huiverig. Want: het is moeilijk vooraf in te schatten wat het effect van zo’n afsluiting zal zijn. En waar een deel van de winkeliers zo’n afsluiting wel ziet zitten, is bijvoorbeeld de directeur van busmaatschappij N.Z.H. fel tegenstander.

Bushalte op de plek waar de Grote Houtstraat en Gierstraat bij elkaar komen, 1966. Foto: Noord-Hollands Archief

Eerste stap

Toch besluit de gemeente er voor te gaan. Eerst met een proef en later definitief. Daarmee is de 1e stap gezet naar een autoluw centrum. Want een paar jaar later blijkt de afsluiting van de straat tijdens ‘piekuren’ niet meer genoeg. Zo schrijft het college in 1966 aan de raad: “De uitbreiding van het wagenpark in den lande heeft in de laatste jaren een vlucht genomen, waarvan de omvang de verwachting verre heeft overtroffen. Verkeersopstoppingen en verkeersonveiligheid nemen hand over hand toe.”

Grote Markt

Ook geluidshinder en overlast van uitlaatgassen worden genoemd als redenen om snel in actie te komen. Als 1e besluit de gemeente daarom de Grote Markt ‘het domein van voetgangers te maken’. Het asfalt op het plein maakt plaats voor sierbestrating, met daarin ook de bekende windroos voor het stadhuis. Het standbeeld van Laurens Janszoon Coster krijgt een nieuwe plek. En de weekmarkt gaat van de Gedempte Oude Gracht naar de Grote Markt. Op 5 november 1966 wordt het plein feestelijk heropend.

Parkeerplaats op de Grote Markt in 1960. Foto: Noord-Hollands Archief

Reorganisatie van de Grote Markt. De verplaatsing van het standbeeld van Laurens Janszoon Coster in september 1966. Foto: Noord-Hollands Archief

Wandel- en winkeldomein

Het blijft niet bij de Grote Markt. In de jaren 70 zijn ook andere straten in het centrum aan de beurt om tot ‘wandel- en winkeldomein’ te worden omgetoverd. Eerst de Barteljorisstraat en het deel van de Grote Houtstraat tussen de Grote Markt en Verwulft. En daarna ook het 2e deel van de Grote Houtstraat en de Gierstraat. In 1976 is de operatie klaar.

Het doel? De stad moet weer leefruimte en ontmoetingsplaats voor mensen worden. Want: ‘de auto dient de samenleving, maar bedreigt deze eveneens’, zoals een ambtelijke werkgroep in 1972 schrijft. Met het invoeren van het voetgangersgebied gaat de bereikbaarheid van de binnenstad wel wat achteruit, schrijven de ambtenaren. Maar het centrum wordt er aantrekkelijker door en dat is minstens zo belangrijk. Want als bezoekers ‘elementaire zaken als rust en schone lucht’ missen, willen ze niet eens komen.

Geparkeerde auto’s in de Barteljorisstraat in januari 1974. Foto: Jos Fielmich / Noord-Hollands Archief

Nieuwe uitbreiding

Inmiddels weten veel Haarlemmers niet beter dan dat een deel van het centrum voetgangersgebied is. Per 1 juli van dit jaar zijn hier extra straten bij gekomen. De redenen hiervoor? Die zijn grotendeels hetzelfde als in de vorige eeuw. Minder auto’s betekent meer ruimte voor voetgangers en winkelend publiek. En niet te vergeten: schonere lucht.

Net als in de jaren 60 en 70 zal die verandering ook nu even wennen zijn.

De Grote Houtstraat als voetgangersgebied in 1993. Foto: Jos Fielmich / Noord-Hollands Archief

Tekst: Heleen Geilenkirchen / Gemeente Haarlem  | Bronnen: archief Haarlems Dagblad en archief Gemeente Haarlem, allebei in beheer bij het Noord-Hollands Archief.

U kunt dit artikel met bronvermelding overnemen in een (wijk)krant of ander medium. Lees voor het gebruik van foto's of afbeeldingen de voorwaarden op haarlem.nl.

Categorie:

  • Nieuws ZUID/WEST
  • Nieuws SCHALKWIJK
  • Nieuws OOST
  • Nieuws CENTRUM
  • Nieuws NOORD
  • Stadsnieuws
  • De Groene Mug - Duurzaam Haarlem
  • Ondernemers