Gedichten 2011 Sylvia Hubers
DOOR DE OGEN VAN DE HOOFDWACHT (4 november 2011)
Door de ogen van de Hoofdwacht
Waardig zijn de hoofden die door
Haarlem zijn bekeken van ’t Sant af van
de Grote Markt de Bavo die zich leende
voor de functie van de ogen van de stad.
Brand! riepen de ogen naar de
hoofden van de wacht. Blussen
was het in gereedheid brengen van
de onbegonnen emmers - doch de oudste
stenen veste van de stad hield stand.
Genieten doe ik nu van de Muur
ik zet een krukje neer en tuur naar de
structuur, naar het verduren van de
eeuwen, de allure die zo’n muur ooit had.
Ik had hier willen wonen
in twaalfhonderdzoveel dertienhonderd
veertienhonderd vijftienhonderd zestienhonderd
zeventienhonderd achttienhonderd
negentienhonderdzoveel.
Over zoveel hoofden zou ik hebben gekeken:
stromende have van de Grote Bavo naar de
Vishal het schavot het groen het bier en het stadhuis
Ik zou een licht klein beetje hebben bewogen
- als dat had gemogen, was ik
door de ogen van een eeuwig Haerlem
altijd onder dak en thuis
Voorgelezen bij de opening van de Kunstlijnexpositie Door de ogen van de Hoofdwacht 4 november 2011
RONDJE OM DE KERK (3 augustus 2011)
Rondje om de kerk
Fokker vliegt
een rondje om de kerk
ik doe boodschappen
waar hij opsteeg
waar hij landde
koop ik een bos bloemen
of een keuken, een postzegel
een groene paprika, een blauwe jurk.
Thuis koop ik een vliegticket
laat me vliegen hoog boven het land
met geen knuppel in mijn handen
geen wind door mijn sjaal
geen angst om zelf te moeten landen
check in - take off- check out en ik ben
alweer ergens anders.
Waar de heilige St. Bavo ooit
ter bescherming van belegerd
Haarlem zweefde, vloog die
knul van eenentwintig zijn
drietal rondjes om de kerk
door hoogtezucht gedreven
en wat er in die honderd
jaar daarna allemaal al niet
rondom ons is opgestegen…!
Voorgelezen op 3 augustus 2011 bij de opening van de Fokker Spin Centennial-tentoonstelling in de St. Bavo.
TANTE JANS EN WIJ ( 30 maart 2011)
Tante Jans en wij
In de naam van de Roos
lopen wij met onze hond
Op het Palmplein zitten we stil
bij een heldin, die bij ons is
- als het ware – in koper en tin
“Ja dat was toen met Beatrix
zegt me verder nix, maar…
wat zie jij eruit!
Kom effe zitten lieverd,
ouwe rotzak van me
wat kan ik voor je doen?”
Naar ontwerp van Baukje Trenning is dit gedicht in staal uitgevoerd en op een zitbank van het Palmplein in het Rozenprieel opgehangen. Onthulling 30 maart 2011