Paviljoen Welgelegen

Provinciehuis
Provinciehuis

In 1769 kocht de Amsterdamse bankier Henry Hope de hofstede Welgelegen, welke zich uitstrekte tussen de Baan, Dreef, Paviljoenslaan en de Kleine Houtweg. Hope liet het bestaande buitenhuis slopen en liet hier tussen 1786 en 1789 een grootse villa bouwen. Het bouwwerk trok door zijn allure veel aandacht van tijdgenoten.

Het huis in de Haarlemmerhout is in ons land enig in zijn soort en het vertegenwoordigt een internationale stijl; het neoclassicisme. De naam van de architect is slechts uit één bron bekend. Zo’n 40 jaar nadat Welgelegen was gebouwd verscheen er een boek van de Gentse architect P.J.Goetghebuer. Volgens hem heeft de consul van Sardinië, Triquetti genaamd, de ontwerptekeningen gemaakt en had de architect J.B. Dubois, uit Dendermonde, het toezicht op de uitvoering van het werk. Prof.dr.E.H.ter Kuile schreef in 1975 het gebouw echter toe aan de architect Leendert Viervant.

Van Kunstgalerij tot Provinciehuis
De villa van Hope was eerst bedoeld om zijn kostbare collectie schilderijen en antieke voorwerpen te herbergen. Er bestaan namelijk plattegronden met een korte beschrijvingen van `Welgelegen` uit de 19e en begin 20e eeuw, die het mogelijk maken enigszins te reconstrueren hoe Hope zijn huis bewoonde. De kunstgalerij was het voornaamste gedeelte van het huis, de rest kreeg daaraan een ondergeschikte functie.

In 1810 werd het bij decreet van keizer Napoleon tot domein van de Franse kroon verklaard. Na de Franse bezetting kwam het huis in 1814 in het bezit van de Staat der Nederlanden. In de loop van de 19e eeuw regende het bouwtechnische klachten. De Staat der Nederlanden heeft zich door de hoge onderhoudskosten er zich meerdere malen van willen ontdoen. Bij koninklijk besluit werd het Paviljoen vervolgens in vruchtgebruik gegeven aan prinses Wilhelmina. Na het overlijden van prinses Wilhelmina in 1820 werd het Paviljoen in 1828 door koning Willem I tot museum bestemd. In 1885 werd dit Museum van Levende Nederlandsche Meesters gesloten. Andere musea die in het Paviljoen waren gevestigd: het Geologisch Museum (1853-1864), het Koloniaal Museum (1871-1923), het Museum voor Kunstnijverheid (1877-1926) en het Fotografisch Museum (1913-ca.1918).

Sinds 1881 had de Maatschappij ter bevordering van Nijverheid en Handel haar school voor Bouwkunde, Versierende Kunsten en kunstambachten in het voormalige, verbouwde koetshuis van het Paviljoen gehuisvest. In 1942 werden de historische vertrekken van het huis gesloten voor het publiek. Het Provinciaal Bestuur van Noord-Holland verplaatste zijn zetel vanuit de Jansstraat in Haarlem naar het Paviljoen.

Op de plaats van het vroegere koetshuis verrees een nieuwe aanbouw. Aan het huis is op het eerste gezicht niet veel veranderd. De meest ingrijpende verandering onderging de voormalige muziekzaal, (nu vergaderzaal voor Gedeputeerde staten). Deze werd namelijk ovaal van vorm. Het huis in de Haarlemmerhout wordt als Provinciehuis weer in stijl gebruikt. Thans zijn er plannen voor onder andere kantooruitbreiding in noordelijke richting.

Meer informatie?
Voor meer informatie kunt u de volgende literatuur raadplegen:
Paviljoen Welgelegen 1789-1989  : van buitenplaats van de bankier Hope tot zetel van de provincie Noord-Holland / door L.H.M. Quant, M.G. Buist, B.C. Sliggers (etc.). - Haarlem, 1989.

Adres: Dreef 3 / Paviljoenslaan